Fietsen versus hardlopen

22-02-2016

Nog altijd ben ik blij dat ik me over mijn anti-wielrennen-houding, daterend uit de jaren ‘90, heb heen gezet. Al fietsend naar de middelbare school in Delft, langs de weilanden van Schipluiden, werd het fietspad terrorisme getypeerd door de wat oudere wielrenner die zijn egoïsme liet typeren door een asociale oerbrul. Wat zoveel leek te beteken als “Ik kom eraan, ga uit de weg.” Ik denk dat iedereen dit fenomeen wel kent. Velen die hun racefiets met plezier bestijgen, hebben weleens last van de reputatie van wielrenners die deze kleine groep Neanderthalers heeft beïnvloed. Je hoeft niet eens een bel te hebben, maar dat kan heus vriendelijker.

Pas met 29 jaren zat ik voor het eerst op een racefiets. Wel meteen in de Oostenrijkse Alpen, waar mijn vriend destijds woonde. Na mijn eerste proefrondjes gingen we heuvel-af het Zillertal door. Dát gevoel! Waarom ik nooit eerder op zo’n lichte racefiets had gezeten, begreep ik niet meer. Niet dat ik de brullende wielrenner opeens begreep, maar wel waarom het belangrijk was dat andere weggebruikers uit de weg moesten. “Joehoe! Ik kom eraan!” en dan op z’n vrolijks.

Sindsdien ben ik om. En begrijp ik de wedstrijden. Eindelijk! Vroeger was tv tijdens het eten uit den boze. Behálve als de Tour of de Olympische Spelen op tv waren. Maar wat ik nooit begreep, is waarom ging niemand voor de beste tijd? Waarom ging de aanstaande winnaar (mits er sprake was van enige voorsprong) altijd langzamer fietsen om zijn handen in de lucht te gooien? Dat scheelde zeker 10 seconden! Dit kinderlijke beeld doet wellicht enkele wenkbrauwen fronsen. I don’t care. Die manier van kijken komt ook een beetje omdat ik van oorsprong een hardloper ben en geen wielrenner. En bij hardlopen zit je niet in een team en speelt tijd een andere rol.

Wat ik eigenlijk raar vind, is dat ik heel anders fiets dan dat ik ren. Dat zal ik toelichten, omdat het verschil in snelheid en hulpmiddelen nogal voor de hand ligt. Maar ik bedoel dat ik als hardloper enorm veel plezier heb in wedstrijden. Ik loop twee keer per week in een loopgroep en doe zeker ieder kwartaal met een wedstrijd mee waar ik liefst een PR verbreek. Zit ik op mijn racefiets, dan fiets ik het liefst langs de Maas en Waal waar ik zo weinig mogelijk mensen tegenkom. Daar kan ik volop genieten van de stilte, het groen om je heen en de wind door je haren. Of eigenlijk door je helm. Afgelopen jaar ben ik tot de conclusie gekomen dat ik toerritten het liefst vermijd. Rijden in een peloton is een vak apart. Je moet alert zijn, voor je kijken en goed luisteren. Terwijl ik fiets om in mijn hoofd af te dwalen. Op weg naar een soort zen-status trap ik mijn kilometers weg. Enfin, dat werkt dus niet in een peloton.

Voor de Ronde van Katendrecht scheelt mij dat weer een dilemma. Het fixed gear criterium laat ik aan me voorbij gaan. Dat is een mooie uitdaging voor mijn vriend. Hij fietst bovendien al 30 jaar, van BMX tot wielrennen, ik nog maar 3. Fixie rijden komt later. Of misschien niet. Nee, ik ga lekker een rondje rennen. Overigens óók te gek dat hardlopen en wielrennen nu eens gecombineerd wordt. Hoewel sport kijken langs de lijn veel leuker is dan achter de tv, voel ik me toch vaak te passief. Er zijn overigens uitzonderingen, want bij een wedstrijd in Nevers in Frankrijk heb ik ooit eens zo’n 60km gefietst om mijn vriend op verschillende punten voorbij te zien racen. Bovendien hoeven we bij de Ronde van Katendrecht beiden niet stil te staan. Genoeg te doen, te zien, te eten, te ruiken en te genieten. En kunnen we ook mooi voor elkaar soigneur spelen. Ik heb er zin in!


mangatar-Jorien-2015-80x80Jorien Hanemaaijer is een blijziende dame van 32 met voorliefde voor kleur, sport en sci-fi. Verruilde het Rotterdamse voor bourgondisch Den Bosch. Rennen en wielrennen zijn haar favorieten. Knutselt als webnerd met haar wederhelft Marcel aan Licello kleurige fietsframes.
www.licello.nl