Gezocht

17-02-2016

“Men hoeft de wereld niet te begrijpen, men moet alleen zijn plaats erin weten te vinden.” 

– Albert Einstein


Gezocht:

Schrijver. Met liefde voor de vélo. En voor Rotterdam.

Zo luidden de drie voorwaarden waaraan voldaan moest worden om in aanmerking te komen als officieel Blogger voor de Ronde van Katendrecht.

Tussen de regels door las ik dat affiniteit met wielernostalgie (naar mijn gevoel een dijk van een pleonasme) een pré was. Alsof ik de achterkant van mijn eigen biografie las…. die Blogger wás ik gewoon.

“Niks voor jou?”, werd mij gevraagd door Dave de Held, bestuurslid van de Stichting Ronde van Katendrecht. In zijn vrije tijd is hij zijn eigen achternaam.

Ik had in mijn zesenveertig jarig bestaan nog nooit één sollicitatiebrief geschreven en nu voelde het alsof ik moest solliciteren op mijn eigen leven. De profielschets sloot zo naadloos bij mij aan, dat het niet lang duurde of de firma Onrust klopte aan de deur. Dit was zo’n opgelegde kans die alleen de spits van Feyenoord zou kunnen missen.

Al voldeed ik aan vrijwel alle voorwaarden, het vraagteken (“Niks voor jou?”) had intussen monsterlijke proporties aangenomen en het mij zo dierbare uitroepteken was in geen velden of wegen te bekennen: ik ben immers Rotterdammer, in hart, nieren, maag, hoofd, woord en daad, en ja ik ben met wielernostalgische genen grootgebracht. Ons kantoor is een verkapt wielermuseum en ik krijg een verhard lid als ik aangekoekt modder op een derailleur zie. Maar schrijver. Wanneer ben je dat? Staat voelen gelijk aan zijn?

De Ronde van Katendrecht is een begrip in wielerminnend Nederland dat de literaire lat van de schrijver hoog legt. Het laat niet met zich sollen, het laat zich niet beledigen. Katendrecht is dé plek waar alles samenkomt dat er in het leven toe doet: de vélo, poëzie, Rock & Roll, wielerpetjes (met klep omhoog), de cuisine, massageolie, volle baarden, sterke verhalen, Peppi’s, Kokki’s, bitterballen, tattoo’s, bierbuiken, geslachtsziektes, Popeyes, Olijfjes, ratelende kettingen, gesmeerde kelen, levensliederen en een overhitte speaker die onvervalste wedstrijdspanning voorwendt.

Bovendien noemt Dave Andriese, de directeur van de Ronde van Katendrecht, een van lycra vervaardigd wielershirt nog gewoon een koerstrui. En zo iemand neem ik bloedserieus. (Ook omdat-ie ooit persoonlijk Ron Wood heeft gesproken, maar dat een andere keer).

Je hebt wel van die huizen, dorpen, steden, campings, landen waarbij je je meteen op je gemak voelt. Katendrecht ís zo’n plek. Het is een instituut dat het beste van zich prijsgeeft en dus het beste van zijn bezoekers verlangt.

Op de Kaap boden de hoeren de zeemannen in eerste instantie troost tegen de eenzaamheid, waardoor het voor hen niet direct aanvoelde als ordinair vreemdgaan. Op precies díe wijze voorziet de Ronde van Katendrecht in de nood aan hen die lijden aan wielernostalgie. De Ronde van

Katendrecht is een AZC voor hulpzoekende wielerverslaafden die het voortschrijden van de tijd een halt willen toeroepen. Zij slapen in een Molteni pyjama en na afloop van de Ronde van Lombardijen wachten zij even paniekerig op een nieuwe koers zoals Hennie Kuiper deed toen hij op 10 april 1983 wachtte op een nieuw wiel.

Op Katendrecht werd geschiedenis geschreven, toch hielden de meeste verhalen zich schuil achter de deuren van de Sumatrastraat. Dat Katendrecht in zichzelf is gekeerd kan echter niet beweerd worden. Want soms ontsnapt er een geheim. Dat wordt verwerkt in een lied, gedicht of verhaal.

Katendrecht is een vrouw op leeftijd maar jong van geest. Het is een vrouw die haar bewoners en bezoekers laat rijmen.

En ik sta er nu. Alleen. Op het Deliplein. Achter mij Theater Walhalla. Ik heb een feessie gegeven en heb alleen mezelf uitgenodigd. Het is koud, deze zaterdagochtend in februari. Maar ik hoef maar één keer flink door mijn neus in te ademen, mijn ogen te sluiten en het wielercircus komt zomaar tot leven. Daar staat de rode bus van Sauna Diana. Ik drink een dubbele espresso en hoor maar half wat Dave tegen me zegt (het woord ‘koersbroek’ valt, dat wel), omdat ik mijn ogen maar niet kan afhouden van de angstaanjagende kuiten van Johan Museeuw. Een jonge renner wacht verveeld op de bovenbuis van zijn veel te dure racefiets. Dries Roelvink zingt ‘De Tour de France’ (“…de tijd van mijn lefon’…) op het gammele podium. Ocobar begeleidt hem. Gert Jakobs gaat op de foto met twee in zuurstokroze petticoats gestoken dames. Een ongeschoren man op leeftijd rookt een sigaar en staat met zijn rug naar het voorbijrazende wielerpeloton. Zijn grijze vette haren pieken als lentebollen uit zijn kartonnen zonneklep van de Rabobank. En dan. Die heerlijke Roosendaalse stem van speaker Kees Maas die weerklinkt tegen de ramen van Tattoo Bob:

“Koopt uw vleeswaar bij de firma Bijten, uw ambachtelijke slagerij in de oude Fenixloods op Katendrecht dames en heren…want op het vlees van Bijten, zult u uw tanden niet stuk bijten!” 

Volgens Einstein hoef je de wereld niet te begrijpen, maar moet je alleen je plaats erin weten te vinden. En dit is schijnbaar mijn plaats. In het wielerhart van míjn stad. Waar een wielertrui nog een koerstrui wordt genoemd.

Aan mij de eervolle taak om dát gevoel over te brengen op de lezer.

Gezocht en gevonden.



Marco-Hendriks
Marco Hendriks is een Rotterdamse Spookrijder, liefhebber van tegenwind, verslaafd aan pindakaas, de Koers, Feyenoord, muziek-met-een-randje en zijn vulpen. Vrouwengek maar gelukkig getrouwd. Notoire dwarsligger. Ongediplomeerd bruggenbouwer. Gejaagde alleswiller. Schaamteloos schrijver.

www.spookrijden.nu


Fotografie: Fabienne Hendriks