In het wiel van de Leeuw

06-04-2016

Ik kan er een paar nachten niet van slapen. Vrijdagmiddag gaan we een rondje door het Vlaamse land rijden onder leiding van Johan Museeuw. De drievoudig winnaar van de Ronde van Vlaanderen zal ons over enkele klassieke kasseihellingen loodsen. De Oude Kwaremont, de Paterberg, dat werk. Er zullen ongetwijfeld ook enkele vlakke kasseistroken in het parkoers van 80 kilometer zijn opgenomen. Bovendien heb ik uit betrouwbare bron vernomen dat Museeuw nog steeds in topvorm verkeert. Voldoende aanleiding dus om met enig angst en beven naar Vlaanderen af te reizen.

Het rondje is georganiseerd door Brouwerij De Brabandere in Bavikhove voor hun wielerminnende zakelijke relaties. Of voor hun bierminnende wielerrelaties, dat is niet helemaal duidelijk. Hoe het ook zij, ik was via via uitgenodigd en daar moest ik bij zijn natuurlijk, want de Oude Kwaremont, de Paterberg en Johan Museeuw. En bier na afloop.

Maar toch ook (en altijd weer) die angst voor het bekende: het duo Oude Kwaremont – Paterberg is immers een verschrikking voor een sullige fietser als ik. Dat gestuiter over de kasseien, dat vruchteloos zoeken naar het minst oncomfortabele spoor, de angst om te vallen. Vandaar die slapeloosheid.

Vanaf de fraaie brouwerij worden we voorafgegaan door een auto en begeleid door een drietal motoren. Die moeten ons een beetje veilig over de Vlaamse wegen en door dorpen met duistere namen als Zwevegem, Tiegem en Ingooigem leiden. Ook is er een heuse bezem- annex materiaalwagen met fietsen en wielen erop.

Ons peloton telt zo’n 100-120 fietsers. Ik rijd ergens halverwege. Ik zie hele dure fietsen om me heen, strakke benen met afgetrainde koppies erboven, maar ook wat oudere mannen met bierbuiken. Dat laatste stelt me enigszins gerust, want ik weet: ik zal nergens als laatste boven komen.

En dat klopt, als na een kilometer of dertig de Kluisberg moet worden bedwongen word ik weliswaar her en der voorbijgeflitst, maar weet ik ook zelf een tiental fietsers voorbij te malen. Boven uithijgen.

Een bericht uit het peloton: de Oude Kwaremont en de Paterberg zijn vanmiddag afgesloten. De voorbereidingen voor de toertocht van morgen en de wedstrijd van overmorgen zijn in volle gang. Dranghekken worden geplaatst, VIP-tenten worden bevoorraad. In mijn naïveteit denk ik dat Johan Museeuw – de Leeuw van Vlaanderen – er vast wel door mag met ons pelotonnetje, maar dat is niet het geval. Jammer, want ik had me toch stiekem verheugd op dat gehobbel, op dat afzien. De Nieuwe Kwaremont is maar een lullig klimmetje.

Bovenop de Oude Kwaremont staat de VIP-tent van de brouwer. Daar pauzeren we even. Het Kwaremont-bier schuimt de glazen in.

Een strook kasseien. De Varentstraat. Anderhalve kilometer lang stuiteren en schudden. Met de handen op het stuur zo hard mogelijk trappen, luidt het devies hier. Hevig trillende bovenarmen, een zwiepende ketting en lachende dijen. Enkele lafaards hebben voor het onverharde paadje rechts langs de weg gekozen. Watjes.

Museeuw laat zich af en toe door ons peloton heen afzakken en rijdt dan weer naar voren. Als een bordercollie die een kudde schapen bij elkaar houdt. Op de Tiegemberg geeft hij weer eens gas en stampt met zijn signaalgele overschoenen op een groot verzet naar voren. Aanpikken is volstrekt zinloos. Kansloos.

Dan zijn we opeens terug in Bavikhove. Er staat 72 kilometer op mijn teller. Is dat het?

Binnen in de brouwerij zijn hapjes en stroomt het bier uitbundig. Nou vooruit, eerst een Bavik pils, dan een Kwaremont, en dan een Petrus. Een praatje hier, een praatje daar.

Ergens in de krochten van de brouwerij kunnen we douchen. Als ik na het douchen weer naar buiten kom, staat er een frietkraam op de parkeerplaats. Friterie Bertrand. Aan alles is gedacht.

Bij het afscheid scoor ik nog een Kwaremont-bidon, een Kwaremont-wielerpetje, en zes flesjes Kwaremont met bijpassend glas. In de auto terug naar Nederland word ik overvallen door een enorme trek, maar ik weet me te beheersen.


IMG_8516


Frank van Dam
 (1960) fietst af en toe, en blogt daar dan weer over. Leidt dus een zinloos bestaan. Is liever lui dan moe. Weet alles, kan niks. Kan niet klimmen en kan niet dalen. Hopeloos geval. Lacht wel elke dag. Om alles.