Je bent wat je draagt

23-02-2016

Mannen blijven pubers. Wielrennende mannen zeker. De onzekerheid over hun uiterlijk. De zoektocht naar hun identiteit. De drang ergens bij te horen. Dat alles komt tot uitdrukking in de kleding die ze op de fiets dragen.

Deze mannen (vrouwen zijn heel anders) heb je in verschillende soorten. De scheidslijnen tussen de soorten zijn soms poreus, soms hard.

De clubman

De clubman draagt clubkleding, zo simpel is het. Zijn wielerclub is zijn tweede thuis. Het shirt is soms zo lelijk, dat het weer mooi is. Een lokale ondernemer sponsort de boel. Clubmannen fietsen in groepen. Op zondagochtend zwermen ze als monsters Trotteldrom over ’s lands wegen. Wie aanpikt wordt genegeerd.

De community-man

De community-man heeft een missie: hij draagt zijn liefde voor het fietsen uit met zijn shirt. Het is koers staat er op zijn shirt, of Soigneur, of Gaul! De community-man behoort tot de incrowd. Bovengemiddeld hoog opgeleid ook, deze community-man. De community-man rijdt (o, paradox) vaak alleen.

De kijk-eens-waar-ik-ben-geweest-fietser

De kijk-eens-waar-ik-ben-geweest-fietser laat zien wat hij heeft gedaan en waar hij ooit is geweest. Zijn shirt is zijn trofee. Zijn prestatie zijn identiteit. Alpe d’Huez, staat erop, of Alpe d’Huzes. Man van de wereld, denkt hij zelf.

De wannabe-pro

De wannabe wil natuurlijk helemaal geen pro zijn. Zijn gebrek aan talent verhindert dat nu eenmaal. Nee, hij is fan en draagt daarom de kleding van zijn favoriete wielerploeg. Als een klein jongetje met een Feyenoord-shirt. Deze fietser heeft lak aan de wielercode. De meest treurige gevallen dragen een bolletjestrui. Hevig hijgend op de Van Brienenoordbrug.

De obscurist

De obscurist is een bijzondere ondersoort van één van de twee bovenstaande categorieën. Zijn shirt is overduidelijk ergens in een ver buitenland gekocht. Het is van een obscuur Spaans of Frans wielerploegje of van een fietsenwinkel in Californië. Zie hem eens.

De nostalgist

De nostalgist leeft in het verleden. Zijn wielerhelden vierden triomfen in de jaren vijftig, zestig of, vooruit, zeventig. Hij draagt koerstruien uit die tijd, vintage of retro. Bianchi, Molteni, Raleigh, of liever iets obscuurder. De nostalgist is, gek genoeg, niet per se 50+. Want nostalgie is hip. Sommige nostalgisten, de echte puristen, trekken de consequenties tot in het uiterste door en rijden ook op fietsen uit die tijd. Ze doen maar.
De ironische nostalgist draagt een shirt van Gewiss-Ballan. Lachen!

De Italofiel

Rijdt bij voorkeur op een volledig Italiaanse fiets, al kan hij zich dat niet altijd veroorloven. Draagt het liefst Castelli-kleding. De minder draagkrachtigen onder hen doen het met Santini of Nalini. Draagt ook Italiaanse schoenen en een Italiaanse helm. Levensgenieter. Kent Toscane op zijn duimpje en ook de Dolomieten kennen voor hem geen geheimen. De hardcore Toscanofiel rijdt in een shirt van Biciclette Poli (Lucca) of Cicli Rossi (Siena). De ultieme Italofiel rijdt in het Azuurblauw. De Italofiel is wel zo verstandig om niet in een Italiaanse auto te rijden.

De hipster

Draagt niet noodzakelijk een baard. Wel Rapha-kleding. Om de zelfbewustheid van deze goedgeklede, welgestelde, enigszins arrogante man mag hard gelachen worden.

De postmodernist

Kakelbonte fietser. Zijn shirt past bij zijn broek noch bij zijn fiets. Treurig geval. Lijkt op:

De onverschillige

Dit is de ergste van allemaal. Trekt een volledig verwassen koerstruitje uit de bontgekleurde jaren ’80 uit zijn kast, stapt op zijn stalen racefiets en rijdt met zijn ongeschoren benen iedereen het snot voor de ogen.


IMG_8516Frank van Dam (1960) fietst af en toe, en blogt daar dan weer over. Leidt dus een zinloos bestaan. Is liever lui dan moe. Weet alles, kan niks. Kan niet klimmen en kan niet dalen. Hopeloos geval. Lacht wel elke dag. Om alles.