Mijn Ronde van Katendrecht met Alex Roeka

09-03-2016

 19 augustus 2012. Mijn mooiste zondag ooit begint rond twee uur ’s middags. In de verte schalt de speaker van de Wielerronde van Katendrecht: 

“….Dico Storrrrm dames en heren….een harrrrdrijder uit Nieuw-Beijerrrrland….in die kopgroep die bestaat uit vierrrr mann… dames en heren…de rrrrrappe Laurrrrens Kosterrr uit Oegstgeest…Brrrian Burrrrgraaf uit Hoofddorrrrrp en tot slotte Emiel van Dijk….een jongen uit de rrrrregio! Hellevoetsluis……jawel!!!” 

Op het terras van Letterencafé Tsjechov zie ik Alex Roeka zitten. Met zonnebril.

“…Aniet, daar zit-ie…. HEY ALEX!!!” 

Alex staat op en omhelst Anita, Fabienne en Estelle.

“Nou, da’s ook fraai”, klinkt het uit de afgemeten mond van de tafelgenoot van Alex. Het is Tim Krabbé. Broer van, oom van, maar vooral schrijver van de klassieke wielerroman De Renner (1978). Ik stel me te beleefd voor en verontschuldig me voor de brute inval.

“Sorry, maar Alex is een goede vriend van me en ik heb hem al een tijd niet gezien”.

Ik durf Alex niet aan te kijken, want ik ben niet zeker van zíjn definitie van vriendschap.

Tal van wielerprominenten herken ik ineens aan de tafel. Ik hoor nergens bij, maar om niet blijk te geven van een acuut minderwaardigheidscomplex heb ik besloten de verbaasde ‘en wie is u?’ blikken te negeren. Rotterdammers zijn daar meester in.

Alex nodigt ons uit hem te vergezellen, maar ik wuif deze geste weg. Ik wend goed fatsoen voor maar ik heb mijn ogen al lang gericht op de kraam met wielerwaar, recht tegenover het terras. DVD’s. Boeken. Posters. Retroshirts. Hier kan Anita me urenlang braaf neerzetten. Ons huis is een museum van wielerprullaria. Uitbreiding van de verzameling is noodzaak.

“Nee is echt niet erg, dit vindt-ie juist heerlijk”, spreekt Anita tot Alex die ons is nagelopen naar de kraam. Hij heeft zijn zonnebril afgedaan.

“Nee kom nou zitten!”, klinkt het geïrriteerd.

Ik laat me overhalen. Vooral door Anita. Ze is niet alleen zeer gesteld op Alex maar ziet hiermee tevens haar kans schoon mij weg te trekken van de wielerkraam. Een onverantwoorde keuze voor de lever want vanwege de drukkende hitte heb ik me zelf voorgenomen flink te gaan drinken. Bier. Veel koud bier. Alex neemt thee.

Tim Krabbé is vertrokken. Dit is goed nieuws want mijn overmoedigheid neemt toe naarmate ik drink. Voordat Alex het weet ga ik weer bekende Nederlanders provoceren. Fabienne en Estelle gaan een rondje Katendrecht doen. De speaker ratelt door.

“…Jorrrrn Volkerrrs dames en heren…..uit…. jawel….het prrrachtige Barendrrrrreecht!….” 

Het gesprek gaat de diepte in. Razendsnel. Alex heeft Leonard Cohen gisteravond gezien. Een openluchtconcert. In Gent. Dit opent een levendige discussie over nut en noodzaak van Leonard Cohen. Ik verdenk Cohen van louter financiële motieven om weer de bühne op te gaan: nadat zijn ex hem had kaal geplukt. Dit laat ik Alex weten. Hij heeft zich voorgenomen het niet met mee eens te zijn. En andersom. We schieten met scherp. En Brel? Ja hey… snotdomme…Brel! Daar zeg je wat. Brel is Hoge Kunst. Volgens Alex. Ik ben meer voor Aznavour. Het wordt een Beatles-Stones gevecht.

Ik daag hem uit en zet Alex voor een denkbeeldige weegschaal. Ik dwing hem een vergelijk te maken tussen zijn ‘Vuur en IJs’ en Brels ‘Chanson des Vieux Amants’. Nou? Kom dan! Het antwoord ligt op het puntje van zijn tong. Ik neem een ferme slok bier. Ik ben zeker van mijn zaak. Ik ben advocaat van een artiest die zich vrijwillig terecht laat staat wegens zijn eigen muziek. Bizar. Aan mij nu de dure plicht hem vrij te pleiten. Daar ligt de sleutel van wat ik toch maar vriendschap ga noemen. Ja. Ik ben zijn strafpleiter en schatbewaarder. En vriend. Ik bestel nog maar een biertje. God wat is het heet. En wat deugt dit gesprek.

“Hey verdomme, ik moet gaan!”.

En weg is hij. Op weg naar het podium. Hij is veel te laat. Door mijn gedram. Totaal onvoorbereid laat hij zich aankondigen…

“Jaja dames en heren….bekend van de Avondetappe van ons allerrrr Marrrrrrt Smeets…..een harrrrtelijk Rotterrrrrrrdams applaus voorrrrr………Alex….Rrrrrroeka!” 

Alex heeft een verkeerde gitaar meegenomen van huis. Eentje zonder element voor de versterker. Een technicus van het Walhalla plaatst, geërgerd, een microfoonstandaard voor de gitaar van Alex. Het intro van ‘Verlangen Naar De Koers’ duurt nu toch zeker een minuutje of twee.

Volgens Alex zelf moest de gitaarrif van Cock van Vuuren doen denken aan het geratel van een ketting van een wielrenfiets. Ik hoor alleen de echo van Bob Dylan. Dit verhoogt de dorst. Voor het podium scheert het peloton langs. Alex zingt dat het leven zonder koers je chagrijnig en jaloers maakt. Fabienne en Estelle juichen hem toe. Anita glundert. Ik ben chagrijnig en jaloers, want ik moet pissen.

Na afloop lekt Alex zweet. Hij weet zich geen houding met de complimenten van ons. Deze gêne komt mij zo oprecht over dat ik besluit een ferme kus op zijn kletsnatte voorhoofd te geven. Hij vraagt ons wat langer te blijven. Hij moet nog een keertje spelen. Met Ocobar. Later vanavond. Deze dag mag niet verloren gaan. Nog niet.

Tegen het decor van Hotel New York turen we naar de Maas. Ik vertel honderduit over het belang van een rivier in een stad. En Alex knikt. In de roering van het rauwe rivierwater ligt mijn gelijk. En dat weet hij. Hier komt alles te samen. Muziek. Poëzie. Wielrennen. Rotterdam. Feyenoord.

Fabienne en Estelle hebben we intussen opgepikt bij het terras van Hotel New York waar zij zich tegoed deden aan een zalmsalade en een garnalencocktail. De vakanties in Frankrijk werpen hun vruchten af. Nu al. Achter hen zat Gert-Jan Theunisse, winnaar Alpe-d’Huez 1989. Hij zag er prachtig

uit, in de spelonk tussen onze dochters. Met de grijze stoppels op zijn cognacbruine kop als laatste wapenfeiten tegen definitieve kaalheid. Hij lachte niet. Zoals het een waar kampioen betaamt.

De dag is nog niet voltooid. Je voelt het aan alles.

En zo zit daar Jan Janssen tegenover ons. Tourwinnaar. Ik denk aan mijn vader. Hij moet in 1968 dichtbij de radio hebben gezeten. “Die Janssen, díe kon fietsen joh”, is zijn standaard antwoord als ik een hedendaagse wielrenheld over het voetlicht wil brengen.

Jan Janssen. Godverdomme. Hij is het echt. Hij is echt. Ik kan hem aanraken. Een slok bier.

Het is allemaal wat veel voor één dag. Was ik nu dronken of had ik echt van Alex Roeka een Feyenoorder gemaakt? Tim Krabbé schaakmat gezet. Cohen ontmaskerd. Het gezicht van Gert-Jan Theunisse ontleed. De kuiten van Johan Museeuw bewonderd. De speaker plechtig beloofd al het onderhoud aan elektra voortaan bij Prrrrruisken Electrrrrrotechniek uit Berrrrrkel en Rrrrrrodenrijs onder te brengen.

Klik.

De foto.

Ik vroeg het hem persoonlijk. Eén foto. Voor mijn vader. Hij stond op. In het echt. Tourwinnaar ’68. Hij omarmde mijn dochters.

En ik de herinnering.

Aan zondag 19 augustus 2012.

De Ronde van Katendrecht.


Marco-Hendriks
Marco Hendriks is een Rotterdamse Spookrijder, liefhebber van tegenwind, verslaafd aan pindakaas, de Koers, Feyenoord, muziek-met-een-randje en zijn vulpen. Vrouwengek maar gelukkig getrouwd. Notoire dwarsligger. Ongediplomeerd bruggenbouwer. Gejaagde alleswiller. Schaamteloos schrijver.

www.spookrijden.nu