Van krantenwijk tot Wielrennen

21-03-2016

Wielrennen zat er in mijn jeugd jaren niet in, mijn ouders vertelden mij dat je er een kromme rug en scheve nek van kon krijgen en dat het voorover hangen op een racefiets niet gezond was, bovendien vonden ze het maar gevaarlijk om met die hoge snelheden te fietsen. Weinig kans dus dat ik ging wielrennen op negen jarige leeftijd.

De eerste echte fiets afstanden maakte ik pas op mijn veertiende jaar, een krantenwijk met maar ± 25 kranten en dit verdeeld over een afstand van acht kilometer, ja het NRC Handelsblad was een duur krantje en het was meer fietsen dan bezorgen. Onder het fietsen had ik altijd een muziekje op, de muziek die ik draaide was altijd hard en snel dus hier paste ik onderbewust mijn fiets tempo op aan, het fietsen ging steeds beter en ik was steeds sneller met de krantenwijk klaar. Na vijf jaar voetbal (wie heeft er niet op gezeten) had ik het wel gezien met dat getrap tegen een bal en misschien kwam dat wel door de pubertijd, geen zin meer in sport en gewoon een beetje te veel hormonen, wel keek ik altijd naar naar sport op tv, vooral naar de Tour de France. Op mijn achttiende kreeg ik een baan in combinatie met school en kwam er elke maand een klein salaris binnen, de brommert van mijn vader die ik had om op mijn werk te komen was gestolen en omdat we het niet breed hadden kwam er ook geen nieuwe brommert, ik besloot mijn spaargeld aan een splinternieuwe racefiets te besteden. De fietsenmaker probeerde mij zo’n Japanse Giant racefiets aan te smeren want hij was hoofd dealer geworden van dit nieuwe merk, ik had het niet zo op die combinatie Japan/wielrennen en besloot een Franse Peugeot racefiets aan te schaffen, want wielrennen komt uit Frankrijk, de Tour de France nog in mijn achterhoofd. Ik was helemaal in mijn element met mijn fiets en ging als een raket over de fietspaden naar mijn werk van Lombardijen naar Overschie door weer en wind.

Op mijn eenentwintigste jaar vroeg een Barrhopoorter of ik niet lid wilde worden van de renners afdeling. Van wedstrijden had ik geen kaas gegeten en kon ik ook niemand uit deze sport wereld, lange afstanden rijden kon ik wel maar snoeihard rondjes rijden zou nieuw voor me zijn. Ik twijfelde even maar toen ze met het gratis club tenue aan kwamen was ik verkocht, blauw, wit en rood zijn mijn favorieten kleuren, ook schafte ik een van de eerste piepschuim valhelmpjes aan en ben gaan trainen, dat deden we op het parcours van D.R.C. de Mol. Ik naar de Staart in Dordrecht en daar mijn eerste ervaring mee gemaakt in een peloton. Zo begon mijn eerste wedstrijd training, dicht op elkaar en dan volle bak, pffff ik scheet de eerste rondjes mijn zemen broek bijna vol, wat een zenuwachtig gebeuren was dit, mijn club maatjes hielden me in de gaten en na een uur knallen en drie keer in het gras gereden te hebben was de training afgelopen… wauw dit was gaaf. Ik had me helemaal kapot getrapt en was bijna drie keer verongelukt maar dit was het echte wielrennen en ik was er niet afgepierd. Mijn clubgenoten waren tevreden gaven complimenten en zeiden dat komt wel goed met jouw Jacobs. Ik was B-amateur en had club maatjes aan mijn zijde in de wedstrijden. Mijn Peugeot fiets was niet geschikt voor de koers en ik kocht een Stalen Pinarello, dit was een prachtfiets en het koersen ging er ook stukken beter mee, mijn eerste echte wedstrijd op deze Pinarello in de Ronde van Katendrecht 1993, ik woonde inmiddels ook op Katendrecht dus het was een thuiswedstrijd, zalig om te koersen op de Kaap en aangemoedigd te worden door Pa en Ma die het in mijn jonge jaren maar niks vonden, ze waren mijn grootste supporter die dag. We eindigden dan ook na de wedstrijd in de kroeg op de Kaap.

Jaren later kwam het moment dat je kind een leeftijd krijg dat sport er bij gaat horen, het werd wat toevallig…wielrennen! Ik maakte me niet druk om een kromme rug en scheve nek en was blij dat mijn zoon deze sport leuk vond. Ik had al lang niet meer gefietst en na zestien jaar kwam mijn stalen Pinarello weer van zolder om een wedstrijdje te doen bij de Mol, er werd een vader/kind race gehouden, ik eindigde voor het eerst op een podium, ongetraind met bloed in de keel en lood in mijn benen net achter John Talen, ik kon nog steeds hard fietsen en het wielren virus was weer geactiveerd. Na een jaar lang hard trainen en afzien op mijn oude Pinarello heb ik een modern Italiaans aluminium race monster aangeschaft met shifters in de remmen verwerkt, ik was er klaar voor om weer te koersen. De Ronde van Katendrecht heb ik nog twee keer gereden in de Sportklasse en het uitrijden was al een prestatie op zich al was het altijd wel de dood of de gladiolen bij mij. De krantenwijk trainingen toen ik veertien was en het heen en weer fietsen naar mijn werk waren toch een redelijke basis voor het wielrennen. Mijn zoon heeft de Ronde van katendrecht bij de jeugd drie keer gereden en dat is natuurlijk schitterend, het lijkt wel een familie traditie geworden op de Kaap. Het wielrennen blijft een fantastische sport, om te doen en om naar te kijken en alles wat er om heen speelt, op Katendrecht kan je dit allemaal beleven!

Pim Jacobs