“Vier flessies Trappistenbier en een warm bad”

05-02-2016

Meerdere stemmen claimen het oerinitiatief voor de Ronde van Katendrecht. Maar de organisator van het eerste uur was toch echt Hermanus van Meer. Manus, zoals hij in de volksmond aangesproken werd, had zich geroerd in de jeugdbeweging op Katendrecht en daar in 1947 een bepalende rol gespeeld in het opzetten van een groots feest ter viering van de kroning van Juliana. Hij had dat met zoveel overtuiging voorbereid dat zijn plannen op het stadhuis daarvoor gehonoreerd werden met een cheque van ƒ 50.000,–. Opdat het een memorabel feest voor jong en oud mocht worden.

Er werd verstandig omgesprongen met het beschikbare budget; na het Kroningsfeest bleken er nog duizenden guldens over te schieten. Hermanus van Meer was tien jaar achtereen voorzitter van het bestuur van de Ronde van Katendrecht. Tijdens de koers liet hij zich rondrijden in een zijspan om alles scherp in de gaten te kunnen houden. Van Meer is vorig jaar augustus overleden op de respectabele leeftijd van 91 jaar, maar vertelt zijn verhaal op een prachtig filmpje dat te zien is via www.historischkatendrecht.nl
“Ik was een sportman, een echte wielerliefhebber. Ik had gelijk een goed plan voor het bedrag dat over was: het organiseren van een wielerwedstrijd. Het werd meteen goed ontvangen door het feestcomité – nota bene een profkoers!”

Manus vond nog veel meer enthousiasme op Katendrecht voor zijn wielerkoers: “Al die kasteleins zagen hun zaken al vollopen. Met één van die kasteleins, een zekere Verweij, ben ik toen naar het Nederlands kampioenschap wielrennen geweest in Valkenburg. Op de Cauberg. Om wielrenners te strikken.”
Het Katendrechtse duo raakte daar met Kees Pellenaars in gesprek. Die waarschuwde al dat hij niet voor niks zou komen rijden. Duizend gulden was zijn prijs. “Duizend gulden? Ik heb nog geen duizend centen! Nee, je zal hard motte rije om wat te kenne verdienen. Anders hebbie niks!” was de bijdehante repliek van Van Meer, die graag zei waar het op stond. Die houding stond ‘De Pel’ wel aan.
“Wij zorgen voor veel premies, jullie voor een mooie koers. Dan hebben we allemaal wat,” was de deal. Pellenaars nam het voorstel ter plaatse in overleg met Gerrit Voorting en Henk Hartog. Ze waren er snel uit. “We komen rijden”,  beloofde Pellenaars de Kapenezen.
Van Meer: “Maar onder één voorwaarde: hij wilde vóór de koers een schoon, warm bad en vier flessies Trappistenbier. Ik dacht: d’r loop zeker stroom door je hoofd! Wie gaat er nou vóór een wedstrijd in bad en drinkt vier flessies Trappistenbier?”
In 1948 stond Kees Pellenaars aan het vertrek van de allereerste Ronde van Katendrecht.
Dikke Toos had gezorgd voor vier flesjes Trappist en een warm bad. Pellenaars had er zelfs ‘verzorging’ bij gekregen van Toos. “Ik maak er een echte wedstrijd van – daar wordt in heel Nederland over gesproken,” vertrouwde De Pel Hermanus toe bij het vertrek.
“En zo is ’t gebeurd. Pellenaars heeft gewonnen. En hij heeft het niet cadeau gekregen. Honderd kilometer in de rondte rijden, helemaal over kinderhoofdjes… Na afloop heeft hij nog een extra bad gekregen van Toos…”

Tekst: Dave Andriese, Rondedirecteur